NPB-logo                                    WEDSTRIJDREGLEMENT              

 

Artikel 1 - Wedstrijden

Wanneer in dit reglement sprake is van wedstrijden dan worden daarmee bedoeld wedstrijden, demonstraties en andere gebeurtenissen, waarop in wedstrijdverband één van de onderdelen van de powerliftsport wordt verwerkt.

 

Deze wedstrijden worden als volgt aangeboden:

 

a.      Interlandwedstrijden

Dit zijn wedstrijden tussen een team van Nederland, bestaande uit leden van de NPB, en een team van leden van één van de erkende buitenlandse bonden die aangesloten zijn bij de IPF en/of EPF.

 

b.      Internationale wedstrijden

Dit zijn erkende wedstrijden van de International Powerlifting Federation (IPF) en European Powerlifting Federation (EPF) waaraan leden deelnemen van de NPB en leden van erkende buitenlandse bonden.

 

c.      Internationale verenigingswedstrijden

Dit zijn wedstrijden waaraan deelnemen verenigingen aangesloten bij de NPB en verenigingen aangesloten bij erkende buitenlandse bonden (zie artikel 1a).

 

d.      Nationale wedstrijden

Dit zijn wedstrijden waaraan leden van de NPB deelnemen.

 

e.      Districtswedstrijden en stedenwedstrijden

Dit zijn wedstrijden waaraan deelnemen leden van een in het desbetreffende district of stad gevestigde vereniging en algemene leden die daar woonachtig zijn.

 

f.        Invitatiewedstrijden

Dit zijn wedstrijden waaraan deelnemen uitgenodigde leden van de NPB en uitgenodigde leden van erkende buitenlandse bonden (zie artikel 1 sub b).

 

g.      Verenigingswedstrijden

Dit zijn wedstrijden tussen verenigingen die zijn aangesloten bij de NPB.

 

h.      Onderlinge wedstrijden

Dit zijn wedstrijden waaraan deelnemen leden van een bij de NPB aangesloten vereniging.

 

i.        Clubcompetitiewedstrijden

Dit zijn wedstrijden tussen verenigingen die uitkomen in de clubcompetitie en die bij afzonderlijk reglement zijn geregeld.

 

j.    Wedstrijden met niet-ondersteunende kleding  (Raw Lifting)

Dit zijn wedstrijden waarbij de ondersteunende kleding niet gebruikt mag worden, alleen kleding zoals beschreven onder artikel 6.1 mag tijdens de wedstrijden gedragen worden.

 


 

k.   Beginnerwedstrijden

Dit zijn wedstrijden voor geïnteresseerden voor de powerliftsport die geen lid van de NPB hoeven te zijn en waarbij alleen kleding zoals beschreven onder artikel 6.1 tijdens de wedstrijden gedragen mag worden.

Artikel 2 – Wedstrijdvoorbereiding

Alle door en voor rekening van de NPB te houden wedstrijden worden voorbereid en geregeld door het bondsbestuur. Dat kan zijn taak overdragen aan een vereniging of commissie onder door het bondsbestuur vast te stellen voorwaarden.

Artikel 3 – Nationale wedstrijden

 

Artikel 3.1

De wedstrijden om het kampioenschap van Nederland worden als regel in de eerste helft van het jaar gehouden. Het bondsbestuur bepaalt de wijze, datum en plaats waar zij worden gehouden.

 

Artikel 3.2

Een persoon met een niet-Nederlands paspoort die in Nederland woonachtig is en lid is van de NPB kan aan alle wedstrijden deelnemen, met uitzondering van Nederlandse kampioenschappen.

 

Art 3.2.1

Om deel te kunnen nemen aan een Nederlands kampioenschap dient men lid te zijn van de NPB en in het bezit te zijn van een geldig Nederlands paspoort.

 

Artikel 3.2.2

De deelnemer met een niet-Nederlands paspoort dient voor de wedstrijd (a) een uittreksel uit het Bevolkingsregister en (b) een verklaring van de bevoegde sportorganisatie uit het land van herkomst over te leggen, waarin wordt vermeld dat hij/zij niet heeft deelgenomen of zal deelnemen aan landenwedstrijden en het nationale kampioenschap in het desbetreffende land in hetzelfde jaar.

 

Artikel 3.2.3

Ten aanzien van de verklaring in punt 3.2.2 (b) kan in voorkomende gevallen door de NPB dispensatie worden verleend. In deze gevallen kan worden volstaan met een schriftelijke verklaring van de deelnemer.

 

Artikel 3.2.4

Een Nederlander/Nederlandse die in het buitenland woont en verblijft, mag zich na toestemming van het bondsbestuur kwalificeren voor internationale wedstrijden. Dit alles zoals omschreven in de selectieovereenkomst.

 

Artikel  4 – Deelname aan binnen- en buitenlandse wedstrijden

Zonder toestemming van het bondsbestuur mag niet worden deelgenomen, noch medewerking worden verleend aan wedstrijden in binnen- en buitenland. Het is leden van de NPB verboden om deel te nemen aan wedstrijden en/of demonstraties die niet met medewerking of onder auspiciën van de NPB of een internationale organisatie waarbij de NPB is aangesloten, worden georganiseerd. Overtreders van deze bepaling zullen het recht tot deelname aan wedstrijden verliezen voor de periode van één jaar, conform IPF/EPF- regels.

 

Artikel  5 – Interlandwedstrijden

Het houden van interlandwedstrijden behoort tot de bevoegdheid van het bondsbestuur.

 

Artikel 6 – Regelgeving

Het bondsbestuur is bevoegd voor andere dan in artikel 1 van dit reglement genoemde wedstrijden bijzondere regels vast te stellen.

 

Artikel  6.1

Bij wedstrijden met niet ondersteunende kleding (raw) zijn de atleten verplicht de volgende kleding en materialen te dragen:

1.      ondergoed

2.      singlet of worstelpak   

3.      indoor sportschoenen

4.      T-shirt

5.      sokken plus lange sokken voor de deadlift

 

Kleding en materialen die gedragen mogen worden:

1.      kniebandages

2.      polsbandages

3.      riem

 

Al deze materialen moeten voldoen aan de omschrijving die te vinden is in het Technisch reglement NPB blz. 10 t/m 15.

 

 

Artikel 7 – Prijzen en bekers

 

Artikel  7.1

De prijzen die voor elke wedstrijd beschikbaar worden gesteld, moeten aan redelijke eisen voldoen en dienen te vermelden: de naam van de wedstrijd, de datum, de gewichtklasse waarin wordt deelgenomen en de plaatsing. Deze vermeldingen mogen worden afgekort.

 

Artikel 7.2

In iedere gewichtklasse moeten drie prijzen beschikbaar zijn indien er drie of meer deelnemers zijn, twee prijzen indien er twee deelnemers zijn en één prijs indien er één deelnemer is.

 

Artikel  7.2.1

De beschikbaar gestelde prijzen worden toegekend naar volgorde van geleverde prestaties.

 

Artikel  7.3

Het uitloven van geldprijzen is verboden.

 

Artikel  7.4

De wedstrijdgevende organisatie is verplicht ervoor zorg te dragen dat de uitgeloofde prijzen op de wedstrijd aanwezig zijn.

 

Artikel  7.5

De bestemming van extra  prijzen moet voor het einde van de wedstrijd aan de voorzitter van het wedstrijdbureau, en bij de clubcompetitiewedstrijden aan de scheidsrechters worden meegedeeld.

Die zal beoordelen of de bestemming al dan niet kan worden aanvaard.

 

Artikel  8 – indelingen in klassen

 

Artikel  8.1

De leden worden ingedeeld in subjunioren, junioren, senioren en masters.

Subjunioren/junioren en masters dienen bij de weging voorafgaand aan de desbetreffende wedstrijd hun paspoort of identiteitskaart te tonen. Dit om de juistheid van de geboortedatum aan te tonen.

 

Artikel  9 – Het houden of doen houden van wedstrijden

 

Artikel  9.1

Voor het organiseren van wedstrijden, het meedoen met of medewerking verlenen aan nationale - en internationale evenementen moet een vereniging schriftelijk om toestemming verzoeken bij de NPB, onder opgave van alle relevante bijzonderheden. Indien individueel aan een internationale wedstrijd wordt deelgenomen, gelden dezelfde voorwaarden.

 

Artikel  9.2

Voor het houden of doen houden van een wedstrijd in opdracht van het bondsbestuur stelt het bondsbestuur de voorwaarden vast (zie 9.6 en 9.6.1)

 

Artikel  9.3

In alle mededelingen betreffende de te houden wedstrijd moet de vermelding  “Met toestemming van de NPB”  voorkomen.

 

Artikel  9.4

Voor het mogen houden of doen houden van wedstrijden moet een vereniging aan al haar verplichtingen ten aanzien van de NPB  hebben voldaan en moet schriftelijk om toestemming worden verzocht onder opgave van alle gegevens.

 

Artikel  9.5

Voor het houden van wedstrijden met open inschrijving in het komende verenigingsjaar moet een aanvraagformulier, dat door het bondsbestuur op aanvraag wordt toegezonden, ingediend worden vóór 1 juli van het voorafgaande jaar, teneinde een wedstrijdrooster te kunnen samenstellen.

 

Artikel  9.5.1

Eerst nadat de toestemming voor het houden van een wedstrijd is verleend, kunnen de daartoe voorgeschreven maatregelen worden uitgevoerd. Met de toestemming voor het houden van een wedstrijd met open inschrijving ontvangt de vereniging die het aanvraagformulier heeft ingediend van het bondsbestuur formulieren, te weten:

a.      uitnodiging tot deelname aan de wedstrijd;

b.      inschrijfformulieren.

 

Artikel  9.5.2

Het bondsbestuur kan de toestemming tot het houden van een wedstrijd intrekken wanneer niet voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden en reglementaire bepalingen.

 

Artikel  9.5.3

Het is voor verenigingen verboden deel te nemen of in enige vorm medewerking te verlenen aan wedstrijden waarvoor de NPB geen toestemming heeft verleend  (zie ook artikel 4 van dit reglement; dat heeft uitsluitend betrekking op individuele atleten).

 

Artikel  9.6

De wedstrijdgevende vereniging is verplicht te zorgen:

a.      Voor een behoorlijke was- en kleedgelegenheid, voorts voor een weegschaal die om de drie jaar moet worden geijkt door een erkende instantie en andere voor het houden van de wedstrijd benodigde zaken.

b.      Voor het reserveren van plaatsen voor leden van het federatiebestuur, bondsbestuur, gasten en ereleden van de NPB.

c.      Voor een EHBO’er of arts en een standaardverbandtrommel.

d.      Voor het treffen van al die maatregelen die het bondsbestuur en de voorzitter van het wedstrijdbureau nodig achten.

e.      Voor een plankier en een halter met schijven.

f.       Voor een opwarmruimte een uur vóór en tijdens de wedstrijd.

g.      Ruimte voor dopingcontrole, indien mogelijk zoals de Dopingautoriteit voorschrijft. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met de Nederlandse Dopingautoriteit.

 

Artikel  9.6.1

Behalve het plankier dienen op een wedstrijd aanwezig te zijn:

1.      magnesium

2.      drie rode en drie witte vlaggetjes en een lichtinstallatie met drie rode en drie witte lampen

3.      één of meer klokken voor de tijdregistratie en een gong of zoemer

4.      kilogrammenaanwijzing

Buiten de al genoemde maatregelen moet de wedstrijdgevende organisatie ervoor zorgen dat uiterlijk twee uur voor aanvang van de wedstrijd de zaal en/of het terrein is ingericht en het te gebruiken materiaal is opgesteld zoals in het reglement staat aangeven. Voorts draagt de vereniging zorg voor voldoende tafels en zitplaatsen voor de voorzitter van het wedstrijdbureau en zijn medewerkers. Mocht er op meer dan één plankier gewerkt worden, dan dient al het benodigde materiaal in evenredigheid aanwezig te zijn.

 

Artikel  10 – Contributie, lidmaatschap en licentie

 

Artikel  10.1

Voor deelneming aan een wedstrijd moet de deelnemer in het bezit zijn van een door de NPB uitgegeven lidmaatschapkaart en moet de deelnemer aan alle geldelijke verplichtingen en bij afzonderlijk besluit vastgestelde verplichtingen ten aanzien van de deelneming hebben voldaan.

Bij afwezigheid van een geldige lidmaatschapskaart is een bewijs van inschrijving van de atleet met betaalbewijs ook als zodanig geldig.

 

Artikel  10.2

De leden van de NPB zijn verplicht hun lidmaatschapkaart bij zich te hebben op de dag of dagen waarop zij aan een wedstrijd deelnemen. De deelnemers zijn verplicht op verzoek van de hoofdscheidsrechter/voorzitter van het wedstrijdbureau of een door hem of haar aangewezen persoon hun lidmaatschapkaart te tonen. Dit is toegestaan tot vijf minuten voor aanvang wedstrijd.

 

Artikel  10.3

Op de lidmaatschapkaart dient vermeld te zijn: de familienaam en voornaam, nationaliteit, geboortedatum, adres, bondsnummer en de naam van de vereniging van het betrokken lid. Bij algemene leden is de vermelding Algemeen lid vereist.

 

Artikel  10.4

De jaarlijkse kosten voor het lidmaatschap van de NPB voor verenigingen bedraagt 100 euro met een eenmalig bedrag voor administratiekosten van 13 euro. Deze kosten moeten worden betaald aan de penningmeester van de NPB. Een uittreksel van de KvK moet naar de voorzitter van de NPB gestuurd worden.

 

Artikel  10.5

Individuele leden die aan wedstrijden willen deelnemen, moeten zich opgeven bij de KNKF als wedstrijdlid van de NPB en bij aanmelding hun personalia en pasfoto meesturen. De KNKF verzorgt de startlicentie. Wedstrijdleden kunnen lid worden via hun eigen vereniging die op hun beurt weer aangesloten dient te zijn bij de KNKF/NPB. (zie Art. 10.4).

De kosten voor het lidmaatschap voor wedstrijdleden per jaar bij de NPB staan op www.knkf.nl. Deze kosten moeten betaald worden aan de KNKF.

 

Artikel  10.6

Niet-wedstrijdleden die lid worden van de NPB kunnen zich aanmelden bij de KNKF via hun vereniging. De kosten voor niet-wedstrijdleden staan op www.knkf.nl.

 

Artikel  10.7

Individuele wedstrijdleden als Algemeen lid kunnen zich bij de KNKF aanmelden. De kosten voor een algemeen lid staan op www.knkf.nl.  Algemene leden die aan wedstrijden willen deelnemen, kunnen zich direct bij een organiserende vereniging aanmelden.

 

Artikel  10.8

Wanneer de contributie van een deelnemer niet op de vastgestelde tijd is betaald, wordt de betrokkene van deelneming aan wedstrijden uitgesloten.

 

Artikel  10.9

Wanneer de contributie door een vereniging niet tijdig betaald is, kunnen haar leden niet aan wedstrijden deelnemen.

 

Artikel  11 – Buitenlanders

Een deelnemer met een niet-Nederlands paspoort die in Nederland woont en lid is van de NPB kan, conform het bepaalde in artikel 3.2. t/m 3.2.2 van het Wedstrijdreglement en artikel 10 van het Competitiereglement aan alle wedstrijden deelnemen.

 

Artikel  12 – Aanmelding deelnemers

 

Artikel  12.1

De aanmelding van deelnemers aan wedstrijden met open inschrijving moet geschieden via de secretaris van de betrokken vereniging met gebruikmaking van de verstrekte inschrijfformulieren.

Algemene leden kunnen zich rechtstreeks aanmelden.

 

Artikel  12.2

Nadat de inschrijfformulieren zijn nagezien en in orde zijn bevonden door de organisator  ontvangt degene waaraan de toestemming tot het houden van de wedstrijd is verleend, een afschrift van de opgestelde deelnemerslijst met vermelding van de uren waarop de deelnemers aanwezig moeten zijn, te vermelden op de deelnemerskaarten.

 

Artikel 12.3 – Afgelasting wedstrijden

Een organiserende vereniging of stichting overlegt met het bondsbestuur over het afgelasten van een wedstrijd bij een te geringe deelname. De grens is bepaald op minimaal 15 deelnemers voor het houden van een wedstrijd. Het bondsbestuur neemt uiterlijk zeven dagen van tevoren een besluit in overleg met het bestuur van de vereniging of stichting. Deze informeert de overige verenigingen. Tevens verzorgt het bondsbestuur voor een mededeling op de website van de NPB.

 

Artikel 13 – Sportkleding tijdens wedstrijden

Het is deelnemers aan de wedstrijd verboden:

a.      Om in sportkleding al dan niet bedekt met een ander kledingstuk zich zonder noodzaak te begeven of op te houden tussen het publiek.

b.      Om zich, tijdens het lopen naar het plankier van kledingstukken te ontdoen die zij over hun sportkleding dragen of bij het verlaten van het plankier het lichaam te ontbloten.

Overtredingen hiervan zullen worden aangemerkt als wanordelijk gedrag.

      c.   Atleten dienen tijdens de prijsuitreiking gekleed te zijn in trainingspak. Het niet nakomen van     deze regel levert een boete op van 25 euro, te voldoen aan de penningmeester van de NPB.

            Let op: deze kwestie wordt opnieuw besproken op de eerstvolgende ALV. Er worden voorlopig            geen sancties opgelegd, wel een vermaning aan het adres van de desbetreffende atleet.

 

Artikel  14 – Gedrag tijdens  wedstrijden

1.      De leden van de NPB zijn verplicht de bestuursleden, de voorzitter van het wedstrijdbureau en de scheidsrechters met respect te behandelen.

2.      Hij, die voor, na of tijdens de wedstrijd zich onbehoorlijk gedraagt, kan door of namens de hoofdscheidsrechter een verder verblijf in de wedstrijdsportaccommodatie en/of -terrein worden ontzegd, zonder dat hij recht heeft op terugbetaling van inleggeld dan wel  entreegeld.

3.      Het bestuur houdt zich het recht voor om atleten met een verhoogd risico door ziekte, blessure, zwangerschap van meer dan zes maanden en dergelijke deelname aan clubcompetitie, nationale - en internationale wedstrijden te ontzeggen. Het bestuur zal in voorkomende gevallen advies inwinnen bij een bevoegde arts. Bij afwezigheid van het bestuur beslist de jury, bij diens afwezigheid beslist de scheidsrechterscommissie.

4.      Deelname aan wedstrijden geschiedt uit vrije wil en is derhalve op eigen risico. Het bestuur (c.q. verenigingen/sportscholen) is dan ook niet aansprakelijk voor enige geleden schade die de atleet oploopt tijdens de wedstrijd, in welke vorm dan ook.

5.      Het bestuur (c.q. vereniging/sportschool) is er alles aan gelegen het risico voor atleet en derden tot een minimum te beperken.

 

 

Artikel  15 – Inleggeld

 

Artikel  15.1

Het inleggeld voor een wedstrijd met open inschrijving mag ten hoogste bedragen:

a.      Voor het NK powerlifting:                                                                    10 euro

b.      Voor seniorenwedstrijden:                                                                   10 euro

c.      Voor juniorenwedstrijden:                                                                    10 euro

 

Artikel  15.2a

Het inleggeld voor een deelnemer waarvan de naam op het inschrijfformulier staat vermeld, moet te allen tijde betaald worden, tenzij betrokkene wegens ziekte of verwonding, dan wel tengevolge van bijzondere omstandigheden niet kan deelnemen. Bij ziekte of verwonding moet een ondertekende verklaring van de behandelend arts en in ieder geval een aannemelijke verklaring bij de wedstrijd- en competitieleider worden ingediend. Wanneer het inleggeld voor een deelnemer niet op de vastgestelde tijd is betaald, kan de betrokkene van deelneming aan de wedstrijd worden uitgesloten.

 

Artikel 15.2b

Wanneer een deelnemer zónder afmelding niet deelneemt aan een wedstrijd waarvoor hij is ingeschreven, is hij of zijn vereniging verplicht het inschrijfgeld aan de organiserende vereniging te betalen. Bij het niet voldoen aan deze verplichting mag de atleet niet meer aan wedstrijden deelnemen in het verdere wedstrijdseizoen.

 

Artikel 15.2c

Het inschrijfgeld wordt voor aanvang van de weging betaald. Mocht iemand minder dan zeven dagen van tevoren afzeggen, dan is hij/zij toch het bedrag verschuldigd aan de organiserende vereniging of stichting. Bij het niet voldoen van deze verplichting, wordt de deelnemer uitgesloten voor elke wedstrijd totdat de verplichting is voldaan.

 

Artikel  15.3

Als een vereniging of stichting een wedstrijd/kampioenschap organiseert,mag deze vereniging entreegelden vragen. De hoogte is als volgt: voor kampioenschappen die georganiseerd worden in de eigen sportclub ten hoogste 2,50 euro; voor wedstrijden/kampioenschappen die georganiseerd worden buiten de eigen sportclub mag ten hoogste 5 euro entree worden gevraagd.

 

Artikel  16 – Sponsorlogo’s

Wanneer een atleet gebruik wil maken van een sponsornaam en/of logo’s op de wedstrijdkleding, dient de atleet hiervoor toestemming te vragen bij het bondsbestuur via de secretaris NPB. Als het wordt goedgekeurd zal een bedrag van 50 euro moeten worden voldaan aan de penningmeester NPB.

Voor verenigingen zijn de kosten 250 euro ongeacht het aantal atleten.

Voor verenigingsteams, per team van zes personen zijn de kosten 150 euro.

Deze sponsorkleding/logo’s zijn geldig voor de periode van één seizoen namelijk van 1 september tot en met 31 augustus van het daarop volgende kalenderjaar. Wanneer er een sponsornaam op de kleding wordt gedragen, zal deze moeten voldoen aan de eisen en afmetingen die zijn vastgesteld. Let wel, deze sponsorkleding/logo  is alleen van toepassing bij nationale wedstrijden.

Voor internationale wedstrijden gelden de reglementen EPF en IPF (www.powerlifting-ipf.com).

 

Artikel  16.1 – Afmetingen

Een reclame/logo op de borst of de rug mag worden gedragen en er zijn meer mogelijkheden gecreëerd, zij het dat bij meerdere reclame/logo’s de maatvoering is verkleind. In het kort komt het neer op 10 cm letterhoogte en over de breedte 30 cm. In een rechthoek met een totaal van 300 vierkante cm of 3 reclame/logo’s van elk 50 vierkante cm. Of twee reclame/logo’s van elk 75 vierkante cm. De vorm mag dan vierkant, rechthoekig, rond of driehoekig zijn, te verdelen over de wedstrijdkleding , bv. een rechthoekig logo op de linker- en rechterborst  plus één op de bovenzijde van het dijbeen. Als de desbetreffende persoon reclame/logo’s  op zijn/haar wedstrijdkleding heeft en als dit wordt goedgekeurd door het bestuur van de NPB krijgt de desbetreffende persoon een schrijven van de secretaris dat hij/zij bij elke wedstrijd bij zich dient te hebben, zodat alle officials weten dat dit door de NPB is goedgekeurd.

 

Artikel  17 – Recordpogingen

Nationale - of internationale records kunnen alleen op de volgende wedstrijden gevestigd worden:

·         Nationale kampioenschappen subjunioren en junioren mannen/vrouwen of gecombineerd.

·         Nationale kampioenschappen senioren mannen/vrouwen of gecombineerd.

·         Subjunioren/junioren en master-recordpogingen met een verbetering van 0,5 kg kunnen alleen worden verbeterd tijdens de daarvoor bestemde wedstrijden.

·         Verder kunnen Nederlandse records worden gevestigd op dopinggecontroleerde wedstrijden, zoals EK, WK, WEC, ER Equipment en World Games.

·         Bij wereld- of Europese recordpogingen tijdens nationale wedstrijden, dienen drie internationale scheidsrechters te berechten. Tevens moet er dopingcontrole worden uitgevoerd (met negatief resultaat).

·         Internationale records dienen minimaal 4 weken van tevoren bij de scheidsrechterscommissie aangevraagd te worden. De commissie ontvangt 1 week voor de wedstrijd van de lfiter of coach informatie over de voortgang. Dit is nodig om op tijd internationale scheidsrechters te regelen.

 

Artikel  18 – Misdragingen en klachten

 

Artikel  18.1

De jury en de scheidsrechters mogen bij meerderheidsbeslissing een lifter of official onmiddellijk diskwalificeren, wanneer een misdraging ernstig genoeg is om een voorafgaande waarschuwing te negeren. De coach van de lifter dient van de diskwalificatie op de hoogte te worden gebracht.

 

Artikel  18.2

Bij kampioenschappen dienen alle klachten tegen scheidsrechterlijke beslissingen, klachten tegen het verloop van de wedstrijd, of tegen het gedrag van enig persoon of personen die deelnemen aan de wedstrijd, bij de jury te worden gemeld. Dit dient te geschieden onmiddellijk na de (be)handeling waartegen geappelleerd (in beroep gegaan) wordt, of waartegen geklaagd wordt. Indien dat nodig geacht wordt, mag de jury de voortgang van de wedstrijd tijdelijk onderbreken, teneinde zich terug te trekken om tot een uitspraak te komen. Nadat er een beslissing is genomen, zal de jury terugkeren en de klager over de beslissing inlichten. Het oordeel van de jury in onherroepelijk en er bestaat geen mogelijkheid tot beroep bij enige instantie.

 

Artikel  18.3

In het geval een klacht wordt ingediend over een lifter of een official van een team van de tegenstander, dient de klacht vergezeld te gaan van een som contant geld van 45 euro.

In het geval de jury in haar uitspraak geconcludeerd heeft dat de klacht van dwaze of malafide aard was, kan de hele of een gedeelte van de som achtergehouden worden en geschonken worden aan de NPB, zulks ter beoordeling van de jury.

 

Artikel  19 -  Vrije toegang tot wedstrijden

Alle bestuursleden en ereleden van de NPB met één introducé hebben vrije toegang tot alle wedstrijden die onder auspiciën van de NPB georganiseerd worden. Voor deze vrije toegang hebben bestuursleden en ereleden van de NPB een speciaal legitimatiebewijs. Dit moet wel getoond worden als de organiserende vereniging daarom vraagt.

 

Artikel  20 – Nationaal scheidsrechter

Indien er bij de Nederlandse Powerliftingbond beschikbare plaatsen zijn voor nationaal scheidsrechter of voorzitter wedstrijdbureau, kunnen leden van de NPB zich opgeven bij de voorzitter van de scheidsrechterscommissie of bij de secretaris van de scheidsrechterscommissie.

De scheidsrechterscommissie bepaalt het aantal deelnemers en wanneer er een cursus wordt gestart.

 

De eisen die aan een nationaal/internationaal scheidsrechter worden gesteld, zijn gebaseerd op het IPF Technisch Reglement pagina  36, 37, 38, 39, 40 en 41.

De cursus bestaat uit de volgende zaken:

-         vijf dagen theorieles en een werkbezoek.

-         theorie-examen.

-         praktijkexamen.

-         een kandidaat moet op alle cursusdagen aanwezig zijn.

 

De theorielessen bestaan uit:

Algemeen reglement KNKF,  Statuten NPB, Technisch reglement NPB,  Voorzitter wedstrijdbureau NPB, Competitiereglement NPB en Wedstrijdreglement NPB.

 

Theorie-examen:

Elke kandidaat moet ten minste een 7 scoren voor elk onderdeel.

 

Praktijkexamen:

Elke kandidaat moet ten minste 85% scoren.

 

Praktijkexamen:

Dit wordt afgenomen nadat de kandidaat geslaagd is voor het theorie-examen.

 

Theorie-examen:

Wanneer een kandidaat op één onderdeel zakt, kan hij/zij binnen zes weken een herexamen krijgen op dat ene onderdeel, dit ter beoordeling van de scheidsrechterscommissie.

 

Theorie-examen:

Wanneer een kandidaat zakt op meer dan één onderdeel moet hij/zij ten minste zes maanden wachten voordat er een herkansing kan plaatsvinden, dit ter beoordeling van de scheidsrechterscommissie.

 

Praktijkexamen:

Wanneer een kandidaat zakt, moet hij/zij ten minste zes maanden wachten voor een herkansing kan plaatsvinden, dit ter beoordeling van de scheidsrechterscommissie.