Op een dag zat ik eens te
overdenken wat mij nou eigenlijk beweegt om op mijn 51e nog te
powerliften.
Als je de sport al meer
dan dertig jaar beoefent heb je eigenlijk alles wel gehad; Nederlands kampioen,
europees derde en wereld derde.
Wat moet je dan
nog?
Familieleden kijken je een
beetje meewarig aan als ze weer eens vragen of je nog steeds traint en je dat
bevestigend beantwoordt.
Je wordt inderdaad steeds
ouder, begint wat kaal te worden, wordt wat stijver, herstelt een stuk langzamer
dan vroeger, je kan daardoor minder vaak trainen, prestaties van vroeger toen je
nog jong was zijn onmogelijk geworden en als je in de spiegel kijkt dan zie je
dat je toch echt op je vader begint te lijken.
Bij het trainen ben je toch wat voorzichtiger dan vroeger en kijk je jaloers naar de veel jongere medepowerlifters die gewichten omhoog sleuren waar je zelf nachts in je bedje alleen nog maar van mag dromen.
Zo bekeken zou je het bijltje, of zo je wilt het haltertje er eigenlijk wel bij neer willen gooien!
Maar ., Op de een of andere manier raak je toch weer gemotiveerd als er een wedstrijd in aantocht is.
Overdag denk je toch al weer aan wat je op de training wil doen.
Je gaat er weer tegenaan, we zullen die jonge gasten weer eens wat laten zien, wat denken ze wel, die snotjongens!!
Die bacil, bacterie of wat het dan ook is houdt je zolang je gezondheid het toelaat aan het powerliften.
En zeg eens eerlijk, als je een wedstrijd hebt gedraaid en je hebt goed getild, dan geeft dat een heel fijn gevoel!
Zo fijn, nog bijna fijner dan .
Dus kom op, powerlifters van 40, 50 en zelfs 60 jaar en ouder, laat je zien op de Nederlandse, Europese en misschien wel Wereldkampioenschappen want het verleden heeft bewezen dat we als Nederlanderse Masters heel goed mee kunnen doen op internationale wedstrijden!
Wiebe Nijenhuis.